Breien

Opzetten is het begin van elk breiwerk. Er zijn verschillende manieren, maar de eenvoudigste is het opzetten met één naald en twee draadeinden (dubbele draad). De lengte van de begindraad hangt af van het aantal steken dat opgezet moet worden.

breien1 300x233 BreienResteken moeten vrij los zitten, zodat er gemakkelijk ingestoken kart worden. Meet de begindraad af en maak een opzetlus. Schuif de lus op de naald en trek haar aan (A). Leg de begindraad over de duim van de linkerhand, de werkdraad over de wijsvinger. Klem de dubbele draad tegen de palm (B). Pak met de naald de begindraad (B), daarna de draad die van de lus naar de wijsvinger loopt. Haal de duim uit de lus en beweeg hem naar voren tegen de voorste draad. De lus trekt dicht (D). Herhaal C en D voor het vereiste aantal steken.

De spanning van de draad wordt gecontroleerd met de rechterhand. Neem de naald met de opzetsteken in de linkerhand. Wind de draad één keer om de pink, laat hem langs de binnenkant van de ringen de middelvinger en over de top van de wijsvinger lopen. Houd tussen vingertop en eerste steek 5 cm ruimte (E).

breienC D Breien

breienE Breien

De rechte steek. de draad achter het werk. Steek de rechternaald in de voorste lus van de eerste steek. Sla de draad met de rechterwijsvinger van achter naar voren om de rechternaald (F). Trek de draad aan tot hij in de steek zit. Schuif met het puntje van de rechternaald de lus door de steek (G). Laat de steek van de linkerop de rechtemaald glijden (H). Herhaal dit tot de rij klaar is, neem de rechternaald in de linkerhand en brei de volgende naald.

breienF Breien

De averechtse steek. de draad voor het werk. Steek de rechtemaald in de voorste lus van de eerste steek. Sla de draad met de rechterwijsvinger over en onder de rechtemaald. Trek de lus op de rechtemaald door de steek naar achteren en schuif met het puntje van de rechtemaald de lus door de steek. Laat de steek van de linkerop de rechternaald glijden. Herhaal dit tot de rij klaar is, neem de rechternaald in de linkerhand en brei de volgende naald.

Afkanten en afhechten. Brei de eerste twee steken. Schuif met de punt van de linkernaald de eerste steek over de tweede en laat de eerste steek van de naald glijden. Brei de volgende steek, schuif er de vorige overheen en laat hem weer van de naald glijden. Ga zo door tot er nog maar één steek over is. Haal de draad door de laatste lus en trek hem aan. Rijg het draadeinde (5 cm) door steken aan de zijkant.

Reageren niet mogelijk