Werkstuk over de Wolken

Straalvliegtuigen vliegen hoog boven de aarde, waar de lucht dunner is en ze sneller vooruit kunnen. Ze vliegen boven de atmosfeerlaag waar bijna alle weertypes ontstaan.

Verschillende soorten wolken
De reizigers in een straalvliegtuig kunnen de bovenkant van de wolken zien, die in het zonlicht helder schitteren. Wanneer mensen op de grond naar boven kijken, zien ze de onderkant van de wolken die vaak donker en somber zijn. (more…)

Werkstuk over de Tornado’s en orkanen

Een tornado is een gewelddadige wind. Het is een grote kolom van draaiende lucht, die van de grond opstijgt en zich heel snel voortbeweegt. Terwijl de tornado zich voortbeweegt, zuigt hi] alles op wat hij op zijn weg tegenkomt. Stof, hekken, daken en zelfs auto’s worden hoog de lucht ingezogen en op de grond teruggesmeten. Tornado’s waaien hoven erg warm, vlak land. De lucht hoven de grond is erg warm en stijgt erg snel naar boven. steeds maai ronddraaiend.
Gelukkig duren tornado’s met lang. Als ze het vlakke land verlaten wordt de luchtsipiraal meestal verbroken en verdwijnt de tornado. (more…)

Zeebriesjes

Op het strand heb je misschien wel eens een koel briesje gevoeld, dat naar je toekwam vanuit zee. Dit gebeurt omdat de warmte van de zon het land sneller verwarmt dan de zee. De grond verhit de lucht erboven, precies als een radiator. De warme lucht stijgt, en koele¬†lucht vanuit zee strbomt onder de warme lucht. De warme lucht boven de grond kun je niet zien stijgen. Maar je ziet wel de meeuwen, die hoog in de lucht zweven terwijl ze op de stijgende warme lucht ‘rijden’. ‘s Nachts koelt de grond sneller af dan de zee. De warme lucht boven het water stijgt. De wind verandert van richting en waait naar de zee toe.

de atmosfeer

Bijna alle lucht die we inademen bevindt zich in een laag dicht bij de aarde. Hier zijn ook wolken. Boven deze laag is de stratosfeer, waar de lucht erg dun is. Nog hoger is de ionosfeer. Hier is de atmosfeer electrisch geladen en er zijn stromen gloeiende lichtjes.

(more…)

Werkstuk over de Meren

Als grote uithollingen in de grond door water worden gevuld, worden hierdoor meren gevormd. Het grootste meer in de wereld is zo groot, dat het een binnenzee wordt genoemd. Dat is de Kaspische Zee in het zuiden van Rusland. Vaak worden meren hoog in de bergen gevonden. Het Titicaca-meer in het Andesgebergte is een van de hoogstgelegen meren in de wereld. Het Baikal-meer in Siberie is het diepste meer. Het is ruim 2000 meter diep. Meren zijn op verschillende manieren ontstaan. Sommige zijn lang geleden door ijslagen gemaakt, die gaten in de grond uitschraapten. Sommige meren werden gevormd in de uitgeholde toppen van oude vulkanen. Soms werd een meer gevormd als een rivier door lava uit een vulkaan geblokkeerd werd of door de grond die van een heuvel afgleed. (more…)

Satellieten

Een fietser, die op een windstille dag langzaam rijdt, voelt de lucht nauwelijks. Als hij snel fietst, dan duwt de lucht tegen hem aan en vertraagt zijn snelheid. Dit wordt luchtweerstand genoemd. Bij de aarde is de atmosfeer vrij dik, of dicht. Hier wordt door de lucht de meeste weerstand veroorzaakt. Geleerden moeten krachtige raketten gebruiken om satellieten boven het dikke gedeelte van de atmosfeer te lanceren. Anders zoii de lucht de raketten doen vertragen, waardoor ze terug zouden vallen naar de aarde. (more…)

Werkstuk over de bergen

Bergen kan men in veel delen van de wereld vinden. Ze steken boven de woestijnen en oerwouden uit en zijn eilanden in de zee. Sommige bergen staan alleen. Andere staan in lange rijen en heten bergketens.
Het beklimmen van de hoogste berg
Bergbeklimmers proberen naar de top van de hoogste pieken te klimmen. De hoogste berg in de wereld is de Mount Everest. Deze ligt in het Himalaya-gebergte. De Himalaya’s strekken zich uit over delen van India, China en Nepal. De eerste mahnen, die de top van de Mount E/verest bereikten, waren Sir Edmund Hillary uit Nieuw Zeeland en Norgay Tenzing uit Tibet. Ze plantten een vlag en Tenzing liet, bij wijze van religieuze offerande, enkele snoepjes en kaakjes achter. (more…)

De lucht

Een dunne laag lucht bedekt de hele aarde. We noemen deze laag de atmosfeer. Dichtbij de grond is er volop lucht. Als we net hogerop zoeken is er steeds minder en minder lucht.

(more…)

Werkstuk over de Rivieren

Rivieren voeren de regen af, welke op het land valt. Ze brengen het naar de zee. Rivieren zijn wegen geweest waarover de mens heeft gereisd sinds hij de eerste boot bouwde. Ze zijn gebruikt om handelsgoederen te vervoeren. Vaak zijn ze gebruikt om nieuwe landen te onderzoeken. Veel beroemde onderzoekers volgden de rivieren om te zien wat er in het hart van Afrika lag. Twee van de bekendste ontdekkingsreizigers waren David Livingstone en Sir Henry Morton Stanley. (more…)

Werkstuk over de Oerwouden

In de landen bij de evenaar zijn dichte bossen. Ze worden oerwouden of tropische regenwouden genoemd. Hier is het altijd erg warm. Er is geen zomer of winter. Bijna dagelijks zijn er hevige onweersbuien. De lucht is dampig. De regen en de hitte doen de planten het hele jaar door snel groeien. Vele worden erg groot. De oerwouden zijn altijd groen. De Amazone-rivier, in Zuid-Amerika, stroomt door het grootste oerwoud van de wereld. Andere grote oerwouden zijn in Afrika en Azie. Sommige grote gebieden zijn in het oerwoud ontruimd om rubberbomen, bananen en ananas te verbouwen. Op veel plaatsen worden de bossen weggekapt om voor wegen plaats te maken. Het leven in de oerwouden verandert snel. (more…)

Spreekbeurt over wouden

Enkele delen van de wereld zijn met grote wouden bedekt. De warme en vochtige bossen bij de evenaar herbergen planten en dieren die verschillen van die uit koelere streken. Een van deze soorten is net kegeldragende bos. Een andere is het loofwoud. (more…)

Werkstuk over de Woestijnen

Sommige delen van de wereld zijn hete, droge oorden, waar weinig regen valt. Dat zijn de hete woestijnen. De grootste is de Sahara in Noord-Afrika.

Sommige delen van de wereld zijn hete, droge oorden, waar weinig regen valt. Dat zijn de hete woestijnen. De grootste is de Sahara in Noord-Afrika.

Woestijnbewoners
Verschillende groepen mensen wonen in de Sahara. Twee daarvan zijn de Bedoeinen en de Toearegs. Deze mensen wonen niet op een plaats. Het zijn nomaden, welke door de woestijn reizen. Ze wonen in tenten, die van geitehuiden of kameelhaar zijn gemaakt. Om zich tegen de hete zon en de koude nachten te beschermen, dragen ze lange golvende gewaden, Een oase is een watergat in de woestijn. Nomaden trekken van de ene oase naar de andere. Andere mensen in de woestijn wonen dichtbij een oase. Ze gebruiken het water om het land te bewerken en gewassen te telen, zoals dadels. (more…)

Landen van ijs en sneeuw

De landen bij de Noord- en Zuidpolen zijn koud, omdat de zon er nooit hoog klimt. Gedurende een deel van het jaar, komt hij helemaal niet op. Maar gedurende tenminste een dag per jaar schijnt de zon de hele dag en nacht. Daarom worden deze landen soms de landen van de ‘Middernachtszon’ genoemd. Het gebied rondom de . Noordpool is de Noordelijke IJszee. Het gebied rondom de Zuidpool is net Zuidpoolgebied. De koudste delen van deze gebieden worden door een zeer dikke ijsvlakte bedekt. De zeeen zijn gedurende het merendeel van het jaar bevroren. Geleerden, die daar werken, hebben gereedschappen nodig, dat door speciale schepen gebracht wordt.

Het land, de lucht en de oceanen

Levende dingen worden op net land, in het water en in de lucht gevonden, die de aarde omsluit. Sommige wezens en planten leven alleen maar in een van deze drie zones. Bijvoorbeeld, vissen leven in zee. Andere wezens en planten kunnen in meer dan een gebied leven. Vogels leven in de lucht, op het water en op het land. De aarde wordt door een korst van massief gesteente bedekt. Maar minder dan de helft daarvan is droog land. Het overige wordt door water bedekt. Om de planeet heen ligt een dunne laag lucht, de atmosfeer geheten. Zonder deze lucht zou er op aarde geen leven mogelijk zijn.
Lees verder om meer over het land, de lucht en de oceanen te weten te komen.

kompassen

Duizenden jaren geleden vonden de Chinezen een soort steen, magneetsteen genoemd, die magnetisch was. Liet men het vrijelijk heen en weer bengelen, dan wees het in zuid-noordelijke richting. Magneetstenen werden gebruikt om de eerste kompassen te maken. Een kompasnaald wijst naar de magnetische polen. Een kompas kan je helpen zien, welke richting je opgaat.