Het is een zoogdier dat in open weiden en akkers leeft. Hij woont niet in een hol, maar heeft een ligplaats of leger, waar ook de jongen geboren worden. Een haas is bang voor regen, wind en lawaai. Wordt hij verrast, dan blijft hij doodstil zitten. De gewone haas komt zoals elders ter wereld ook veel voor in Nederland en België. Dit dier verschilt van het konijn door zijn lange oren en lange achterpoten. Hiermee kan hij zeer snel lopen. Zijn lengte varieert tussen 40 en 55 cm en hij kan van 3 tot 6 kg wegen. In de Alpen en in de poolstreken komt de sneeuwhaas voor. In de zomer heeft hij een bruingrijze vacht, in de winter is hij helemaal wit.
Een larve is een volwassen dier. Meestal bedoelt men de larven van insekten, maar men kan ook spreken van larven van vissen, kikkers en salamanders. Bij bepaalde insekten, zoals sprinkhanen en wantsen, gaat de larve na iedere vervelling meer op het volwassen dier lijken. Men noemt dit de onvolkomen metamorfose of onvolkomen gedaanteverwisseling. Bij allerlei andere insekten zal de larve na enige vervellingen overgaan in een onbeweeglijke pop waaruit het volwassen dier te voorschijn zal komen.
De haai behoort tot de orde van kraakbeenvis sen die in zee leven. Er zijn ongeveer 300 soorten bekend. Hoewel alle haaien vleeseters zijn, zijn de grootste soorten (tot 2 m) ongevaarlijk voor de mens. Zij leven van plankton en kleine vissen. De voor de mens gevaarlijke haai soorten zijn kleiner en zeer vraatzuchtig. De meeste vallen de mens echter niet zonder aanleiding aan. Wanneer iemand gewond in het water ligt en bloedt, lokt die van ver haaien. Zij kunnen dan zeer agressief worden.
Eekhoorn is een zeer levendig knaagdier dat bijna uitsluitend in de bomen leeft, vooral in denne en sparrebossen. Zijn voedsel bestaat uit allerlei no ten, eieren en soms jonge vogels. Zijn staart dient als roer bij zijn sprongen van boom tot boom. Lengte: 25 cm; staart: 20 cm.
Het is een middelgroot knaagdier dat in MiddenEuropa, België en het zuiden van Nederland voorkomt. Het graaft een hol om zijn winter voorraad te bewaren. De hamster houdt een winter slaap. Hij eet graan en knollen. Hij meet 20 tot 25 cm. Het vachtje van de hamster is zwart aan de onderzij de, lichtbruin bovenaan, met witte vlekken op de flanken. De goudhamster, die kleiner is, wordt als huisdier gehouden; hij is afkomstig uit Syrië.
Dit is de wetenschap die bestudeert hoe alles in de natuur afgestemd is op elkaar. Dieren en planten en mensen hebben elkaar namelijk nodig om te kunnen overleven. De natuur is een systeem dat zeer nauw samenhangt; als één soort verdwijnt, worden ook andere bedreigd. De ecologie wordt steeds belangrijker in onze wereld vanwege de toenemende milieuvervuiling, waardoor meer en meer plante en diersoorten bedreigd worden.
De bekendste spinnen zijn ongetwijfeld de gewone huisspin -tevens een van onze grootste spinnen -en de kruisspin. In ons land komen echter zeker nog een 500 soorten spinnen voor, waarvan er geen enkele schadelijk is voor de mens. Integendeel, ze behoren tot onze grootste bondgenoten tegen allerlei lastige en schadelijke insekten. Het doden van spinnen moet dan ook sterk worden afgeraden. Geen enkele Nederlandse spin bezit kaken die door onze huid dringen, dus u kunt het dier rustig beetpakken en buiten zetten.
Teken kruipen langs twijgen en stengels omhoog en wachten tot er een warmbloedig dier of een mens passeert. Als dat het geval is, laten ze zich hierop vallen, waarna ze zich aan de huid vasthechten. Ze zuigen zich vol met bloed, waardoor het grijsbruine lichaam tot driemaal zijn oorspronkelijke omvang kan opzwellen, waarna ze zich weer laten vallen. (meer…)
Korenwolf is een Zuid-Limburgse benaming voor onze inheemse hamster, ook wel veldhamster, gewone hamster of Europese hamster genoemd. Het is van oorsprong een dier van de steppe. In Oost-Europa komt hij nog in grote aantallen en dichtheden voor. Hoe meer naar het westen, hoe gefragmenteerder de verspreiding en hoe lager de dichtheden.
Het is een uniek knaagdier met een krachtige bouw. Met zijn korte sterke poten is hij in staat een tot 2,5 meter diep gangenstelsel te graven. De korenwolf wordt 25 tot 30 centimeter groot (ongeveer zo groot als een cavia).
Hij heeft een oranjebruine vacht. Op zijn kop, hals en nek zitten witte vlekken en ook de poten zijn wit.
Kenmerkend is zijn zwarte buik. Dit is opvallend, want bij de meeste hamstersoorten is de buik lichter dan de rug.
Hamsters in Oost-Europa hebben in de regel een geheel zwarte buik. Hamsters in West-Europa hebben bijna allemaal, zonder uitzondering, witte vlekken op de buik. (meer…)
Iedereen kent ze natuurlijk van de Waddenzee, maar ze komen ook steeds meer voor langs de Noordzeekust: zeehonden. Bij voorkeur houden ze zich op in getijdengebieden (zoals de Waddenzee) en bij riviermondigenen (zoals de Voordelta in Zeeland), waar rustige zandplaten droogvallen. Op die zandplaten worden hun jongen geboren en zogen ze de jonge zeehondjes. Maar ze vinden het simpelweg ook lekker af en toe eens lekker in het zonnetje te liggen.
Een natte zeehond ziet er sierlijk uit en lijkt bijna zwart. Op het land beweegt hij zich onbeholpen voort, waarbij hij de voorste vinpoten nauwelijks en de achterste in het geheel niet gebruikt.
De voorpoot is een vinpoot met 5 lange, zwarte nagels, die in het water als stabilisator dienst doet. (meer…)
In het oosten, midden en zuiden van Nederland is de vos vrij algemeen en plaatselijk zelfs vrij talrijk. Zijn lichaamslengte varieert van 58 tot 90 cm waarbij hij een dikke, volle pluimstaart heeft van zo’n 35 cm.
De vachtkleur is nogal variabel maar is in onze streken overwegend roodbruin of oranjeachtig, althans de rugzijde. De onderkant is aanmerkelijk lichter gekleurd terwijl wangen, keel en hals wit zijn, evenals doorgaans het uiteinde van de staart. De rechtopstaande oorschelpen zijn zwart en ook de tenen hebben doorgaans die kleur.
(meer…)
De opvallend bonte vacht van de eikelmuis is op de rugzijde grijs tot kastanjebruin; de buikzijde is gelig wit van kleur.
Als een masker loopt vanaf de snuit een kenmerkende zwarte streep rondom de ogen tot achter het oor. De behaarde staart eindigt in een zwartwit kwastje.
Deze middelgrote slaapmuis komt in Nederland hoofdzakelijk in de Zuid-Limburgse hellingbossen voor; in België is hij veel algemener. De eikelmuis is minder aan echte bossen gebonden. Zijn biotopen bestaan meer uit een combinatie van bomen, struikgewas, rotsen, muren en gebouwen. (meer…)
Het is nauwelijks voor te stellen dat het wilde zwijn de stamvader is
van het kale, zware, zich maar moeizaam voortbewegende varken.
De dichte, borstelig behaarde, zwartbruine vacht kenmerkt dit dier
dat niet voor niets door jagers ‘zwartwild’ wordt genoemd.
Wilde zwijnen hebben een lange, sterke snuit met een beweeglijke wroetschijf van kraakbeen om naar voedsel te zoeken.
Volgroeide keilers bezitten grote hoektanden of houwers in boven- en onderkaak. (meer…)
Reeën komen verspreid over Nederland voor, van Zuid-Limburg en Zeeland tot in de kop van de provincies Groningen en Friesland, ja zelfs in de nieuwe IJsselmeerpolders en op het eiland Ameland.
Het aantal reeën dat in ons land leeft wordt geschat op zo’n 25.000 dieren. Dat is erg veel voor zo’n volgebouwd land als het onze. Het zijn dan ook meestal een of meer van deze reeën die als ‘hert’ door de mensen worden gezien.
De ree is het kleinste van de inlandse hertensoorten. Een diersoort die meer aan een gazelle doet denken dan aan een hert: sierlijk gebouwd en gracieus van beweging en bovenal perfect aangepast aan de toch steeds weer veranderende omgeving. Door de geringe grootte, schouderhoogte ongeveer 70 cm en een lichaamslengte van ongeveer 120 cm, zijn reeën uitermate geschikt om te leven in terreinen met veel struikgewas. Door van de verschuilmogelijkheden tussen de struiken gebruik te maken worden de dieren niet zo snel opgemerkt. (meer…)
In Nederland is de eekhoorn in geschikte bosrijke gebieden algemeen en talrijk. Razendsnel klimmen ze langs boomstammen omhoog of, met de kop naar beneden, omlaag, gebruik makend van hun vlijmscherpe nageltjes. Vliegensvlug rennen ze over dikke takken, bengelen als volleerde acrobaten aan allerlei twijgen of huppelen en springen druk heen en weer. Buitengewoon sierlijk zweven ze van de buitenste takken van de ene boom naar die van een andere, waarbij ze zich afzetten met hun krachtige achterpoten. Soms glijden of zeilen ze over afstanden van drie tot vier meter. De ledematen houden ze dan stijf en zo ver mogelijk uitgespreid, waarbij de pluimstaart dienst doet als evenwichtsorgaan en roer.
Soms valt het niet mee een eekhoorn in het vizier te krijgen. Wanneer men probeert het dier te ontdekken, houdt het zich graag schuil aan die kant van de stam die je net niet kunt zien.
Eekhoorns zijn ontegenzeggelijk fraaie diertjes met hun rossig bruine tot zwartbruine vacht. Er zijn echter talloze kleurvariaties. De wintervacht is doorgaans lichter dan de tint van de zomerpels. De onderzijde van het lichaam is scherp begrenst wit. Aan de uiteinden van de oorschelpen bevinden zich opvallende haarpluimpjes die vooral ’s winters goed ontwikkeld zijn. De staart is afgeplat en dicht bezet met lange haren. De staarten kunnen worden opgericht en neergelegd. (meer…)