Dominospel
Volgens de overlevering werd dit spel vroeger veel in kloosters gespeeld. Nu is het een onschuldig gezelschapsspel voor 2 tot 6 personen. Het wordt gespeeld met de bekende dominostenen, 28 stuks: 7 dubbele, van 0-0 tot 6-6, en 21 stenen, genummerd van 0-1 tot 5-6. Er bestaan ook spellen met meer stenen, bijvoorbeeld het in Amerika populaire spel met 91 stenen (met dubbel-12).
Speelwijze
De stenen liggen ondersteboven op tafel en elke speler (2 tot 6) neemt een gelijke hoeveelheid stenen (bij 2 of 3 spelers ieder 7, bij 4 spelers 6, bij 5 spelers 5 en bij 6 spelers 4 stenen). Degene die begint is de speler van wie de allereerst gepakte steen het hoogste aantal ogen heeft, of de speler die na het uitdelen de hoogste dubbele heeft. Daarna begint het aanleggen. Wanneer een speler niet kan aanleggen, zijn er 2 mogelijkheden: a) passen, dat wil zeggen een beurt overslaan; b) stenen bijpakken (zolang er voorraad is natuurlijk) totdat men een passende steen heeft. In het laatste geval is het beter wat minder stenen dan hierboven is aangegeven in het begin te verdelen.
Winnaar is degene die het eerst al zijn stenen kwijt is. Het kan gebeuren dat op een bepaald moment geen enkele speler kan aanleggen, dan draait iedereen zijn stenen en wie het minste aantal ogen heeft, is winnaar.

0 Reacties