Isaac Newton

Op de avond van 23 September 1846 richtte in het Sterrenkundig Observatorium in Berlijn de astronoom Johann Galle de telescoop op de sterrenhemel. Nadat hij korte tijd door het apparaat had gekeken, draaide hij zich om en zei alleen maar: Hij is er iedereen begreep dot hij de planeet Neptunus was. Zijn verschijning was herekend op grond van de Wet van de Zwaartekracht, opgesteld door Isaac Newton. De berekening van het verschijnen van de planeet Neptunus was een van de grootste gebeurtenissen op sterrenkundig gebied in de vorige eeuw.

Een professor van 27 jaar
We zouden kunnen zeggen dat Isaac Newton op het wereldtoneel de rol overaam van een andere geniale geleerde. Hij werd geboren op Kerstmorgen van het jaar 1642, hetzelfde jaar waarin Galileo Galilei stierf. Hij kwam tar wereld in een boerenwoning in het dorpje Woolsthorpe, in het Engelse graafschap Lincoln. Optwaalfjarige leeftijd werd hij, zoals toen de gewoonte was, naar school gestuurd, in het plaatsje Grantham. Hij was zeker niet de beste van zijn Has. Wei voelde hij zich toen al sterk aangetrokken tot mechanische ontwerpen en uitvindingen. Een van zijn ooms, die dit had gemerkt, liet hem verder studeren en zorgde ervoor dat hij tot de Universiteit van Cambridge werd toegelaten. In juni 1661 werd Newton, op 19-jarige leeftijd, student aan het Trinity College. Hij had het geluk daar een beroemde wiskundige als professor tekrijgen, Isaac Barrow. Deze wees hem in 1669 aan als zijn opvolger om zijn leerstoel over te nemen. Barrow was ervan overtuigd, dat Newton over buitengewone capaciteiten beschikte. Zo werd Isaac Newton, op 27-jarige leeftijd, professor aan de universiteit.

Er viel een appel
Vier jaar eerder, in 1665 was Newton door een pestepidemie in Londen gedwongen geweest om naar zijn geboortesteek terug te keren. Daar moet het feeroemde voorval van de gevallen appel zijn gebeurd, dat voor de wetenschap zulke grote gevolgen gehad heeft.

Volgens het verhaal liep Newton in de tuin na te denken. Opeens zag hij een appel uit een boom op de grond vallen. Het was een zeer alledaags verschijnsel, maar Newton zag er het bewijs in van de belangrijkste wet van het heelal. Hij dacht: als een appel of welk ander voorwerp dan ook in de ruimte terecht komt, dan valt het altijd in de richting van de aarde.

Er moest dus een kracht bestaan, die alle voorwerpen in de richting van de aarde trok.

Zou die kracht niet dezelfde kunnen zijn, die de maan in een kring rond de aarde deed draaien en de planeten om de zon? Newton redeneerde verder dat alle lichamen, van het allerkleinste balletje tot de allergrootste ster, elkaar onderling aantrekken. Hij zette zich toen werk en formuleerde, op 24-jarige leeftijd, de wet die een van de hoofdwetten van de wetenschap is geworden: de wet van de zwaartekracht.

HET GRONDBEGINSEL
In 1670 maakte Newton zijn ontdekking bekend in een verhandeling ‘Beginselen der beweging’. In 1687 verscheen van Newton het in het Latijn geschreven werk dat meestal ‘Principia’, wordt genoemd ofwel ‘De Grondbeginselen’. Het behoort tot de belangrijkste wetenschappelijke boeken die ooit zijn verschenen. Elk van de ontdekkingen en onderzoekingen van Newton zou voldoende zijn om iemand beroemd te maken. Hij ontdekte met Leibnitz een nieuw wiskundig systeem: de differentiaalrekening, onder andere voor het bepalen van de hoogste en laagste waarden van een wiskundie functie. Hij ontdekte de wetten waardoor eb en vloed worden veroorzaakt hij deed zeer beroemde proeven over kleurschifting van licht. Hij bouwde de eerste spiegeltelescoop.

Reageren niet mogelijk