Rolgordijnen
Rolgordijnen hebben het voordeel dat ze in geopende toestand het gehele raam of de wand vrij laten. Voor rolgordijnen moeten naadloze, niet rafelende en gemakkelijk plooiende stoffen gebruikt worden.
Een rolgordijn wordt op zijn plaats gehouden door een pal dieln een palrad grijpt en zo het draaien van de rol verhindert. Als het rolgordijn naar beneden wordt getrokken, komt de pal uit de tandjes van het palrad en komt de rol vrij. Door het draaien van de rol wordt de pal van het palrad weggehouden. Stopt de rol, dan valt de pal weer in de palradtanding. Een veer in de rol zorgt voor het omhoogkomen van het rolgordijn.
Een verslapte veer is er oorzaak van dat een rolgordijn te langzaam oprolt. De veerspanning kan vergroot worden door het rolgordijn gedeeltelijk neer te laten, het uit de houders te lichten en het met de hand op te rollen. Plaats het gordijn vervolgens weer in de houders. Controleer de veerspanning; herhaal zo nodig de handelingen. Verminder de veerspanning door het gordijn helemaal op te rollen, het uit de houders te halen en het vervolgens voor een deel te ontrollen.
Geef de pal een klein beetje olie als ze het rolgordijn onvoldoende op zijn plaats houdt. Klemt het rolgordijn bij het neerhalen, buig dan de houders wat verder wteen. Als het gordijn onregelmatig loopt, kijk dan of de houders op gelijke hoogte zitten. Controleer ook of het materiaal van het rolgordijn recht op de rol is vastgemaakt.
Als een rolgordijn bij het neerhalen schommelt, verander dan met een tang de stand van de rolpennen. Dat helpt meestal ook als het rolgordijn telkens uit de houders valt.
Categorieen: Huis en Tuin. Tags:
Reageren niet mogelijk