Solderen

Het (zacht)solderen van metaal op metaal
Twee zaken zijn bij het zachtsolderen van metaal op metaal van essentieel belang. Ten eerste: het metaal moet droog zijn en vrij van roest, vet en lanslag. Ten tweede: niet het soldeer moet worden verhit maar het te solderen metaal. Dit laatste geldt overigens niet bij werken met. In alle andere gevallen moet het metaal zó warm worden gemaakt dat het soldeer smelt en het vloeimiddel verkookt. Dit laatste, de zgn. flux, reinigt het metaal, voorkomt oxidatie en helpt het gesmolten zich te verspreiden en te hechten.

Soldeer wordt meestal gebruikt in de vorm van soldeerdraad. Dat is een holle draad van tin waarvan de kern bestaat uit vloeimiddelen als hars of een zuur (voor het solderen van zink en gegalvaniseerd ijzer). Voor sommig soldeerwerk is het beter massief soldeertin te gebruiken in combinatie met een los vloeimiddel.

Verhit het metaal met een soldeerbout, een soldeerpistool of een soldeerbrander. soldeerpistool wordt ingeschakeld met een soort trekker, is snel heet (en koelt even snel weer af) en is vooral geschikt voor het solderen van elektrische bedrading en ander fijn werk. Soldeerbouten zijn er in allerlei soorten en maten, zowel elektrisch als om verhit te worden in een gasvlam. Soldeerbranders zijn vooral bestemd voor grotere karweien.

Vijl de punt van een soldeerbout of -pistool altijd eerst schoon en glad. Laat het instrument dan heet worden en houd de soldeerdraad tegen de punt, tot het metaal uitvloeit en de punt op die wijze wordt vertind een laagje soldeer. Een teveel aan tin met een doekje voorzichtig weghalen.

Klem de te solderen delen nu op elkaar. Verhit de verbindingsnaad, bij voorkeur van onderen af, en houd het soldeertin op de bovenzijde, tot het smelt en in de verbindingsnaad vloeit. Gesmolten soldeer loopt automatisch naar de hittebron toe. Spoel teveel flux weg.

Plat materiaal en koperen pijp Twee stukken plat metaal kunnen op de volgende wijze aaneen worden gesoldeerd.  ze schoon en behandel ze met een los vloeimiddel (‘soldeerwater’). Vertin elk vlak door het te verhitten met een soldeerbrander en er met behulp van een staafje massief soldeertin een gelijkmatig laagje tin op aan te brengen. Laat het metaal afkoelen en voeg meer soldeerwater toe. Klem de delen op elkaar en verhit ze opnieuw, tot langs de naad een dun tinlijntje verschijnt. Laat het werkstuk afkoelen en spoel het af.
Op ongeveer dezelfde wijze kan koperen pijp, van een waterleiding bijvoorbeeld, in verbindingsstukken worden gesoldeerd.

Snijd de pijp op maat met behulp van een pijpsnijder. Schroef het snijwiel van dit werktuig op de pijp, draai de pijpsnijder om de buis heen en draai het snijwiel telkens iets vaster aan.

Schuur het eind van de pijp op en doe (met staalwol) hetzelfde met de binnenzijde van het verbindingsstuk.
Breng op de geschuurde vlakken vloeimiddel aan, steek de pijp in de mof en draai ze rond, zodat het vloeimiddel zich goed verspreidt. Houd een stukje soldeerdraad op de verbindingsnaad en verhit de verbinding met een soldeerbrander. Het gesmolten tin zal in de verbinding lopen. De verbinding is gereed indien zich op de rand ervan een gelijkmatig randje tin vertoont.

Elektrische bedrading
In geluidsapparatuur, speelgoed en elektrische handapparatuur, zoals haardrogers, is de bedrading vaak gesoldeerd. Gebruik voor het weer vastsolderen van losgeraakte draden soldeerdraad met harskern en een soldeerpistool of soldeerpen (een kleine, rechte soldeerbout).

Maak draadeinde en aansluitpunt altijd van tevoren schoon met zeer fijn schuurpapier. Houd ze op elkaar, breng op beide soldeertin aan en houd het soldeerpistool tegen het aansluitpunt.

Reageren niet mogelijk