Spreekbeurt Wasbeer

De wasbeer is ongeveer zo groot als een vos. Het zwarte masker contrasteert sterk met de witte koptekening.

De volle staart is licht en donkergeringd. Wasberen leven in de buurt van stromend water, omdat het voedselaanbod daar groot is en ze er hun gewoonte om voedsel eerst te wassen alvorens het naar binnen te werken naar hartelust kunnen botvieren.
De eigenaardige gewoonte zijn voedsel vrijwel altijd eerst te wassen, alvorens het te verorberen, heeft hem aan de naam geholpen.

De wasbeer heeft een groot aanpassingsvermogen.
Hoewel hij eruit ziet als een kleine gemaskerde beer beschikt hij toch over het klimvermogen van een berggeit, over het grijpvermogen van een aap en de zwemtalenten van een vis.
Wasberen, en vooral jonge exemplaren, spelen graag.
Ze houden zich veel op in bomen en ze rusten of slapen dikwijls in een vork van een tak.

De wasbeer leeft meestal alleen, ze zijn ’s nachts actief en schuw.
Zelfs waar ze veel voorkomen worden ze niet vaak gezien. Ze leven in gebieden waar voldoende schuilplaatsen zijn in de vorm van boomholten, holen, houtstapels en dergelijke.
Vroeger kwamen ze bijna uitsluitend voor in oude bossen in de buurt van rivieren en meren. Tegenwoordig wordt de wasbeer steeds meer een stadsdier.

Zijn schadelijkheid is minder groot dan men de wasbeer wel toedicht, want hij is meer opruimer en schuimer dan actieve jager.
Hij voedt zich vooral met ongewervelde dieren, zoals insecten, hun larven,
wormen en slakken en verder met plantaardig voedsel als bessen, vruchten en eikels.

Ook eet hij aas.
Dieren als vissen, kikkers en muizen weet hij alleen met enig geluk te vangen.
Waar hij verwilderd is, plundert deze alleseter ook geregeld afvalemmers bij huizen en zijn het beruchte fruitdieven. Hij gebruikt zijn vingers hierbij heel slim en kan nauwkeurig de schillen van de vrucht en de doppen van de eikels scheiden. Zijn vingers zijn goed ontwikkeld en zeer geschikt voor het betere pelwerk.

In de herfst eten ze veel, zo wordt een flinke laag vet aangelegd en verdubbelt het gewicht. Bij de eerste sneeuwval gaan ze in winterrust. Dit is geen echte winterslaap, want tijdens deze periode (januari-februaeri) gaan ze wél op pad om te paren.

Hun draagtijd duurt 63 à 65 dagen.
Het wijfje werpt in maart-april 2 à 7 jongen in grote, oude bomen met diepe holten. Ook als ze voor het eerst de nestholte verlaten, kunnen jonge wasberen al aardig klimmen. Gedurende een jaar worden de jongen door hun moeder verzorgd.

In Europa kwamen geen leden van de familie Procyonidae
(waartoe o.a. de wasberen, neusberen en rolstaartberen behoren) voor, totdat de mens daarvoor zorgde. In 1934 werd namelijk in de Duitse deelstaat Hessen welbewust een aantal wasberen uitgezet ter verrijking van de fauna en voor de pelsdierenjacht.
Het experiment slaagde volkomen en op het ogenblik leven er enige tienduizenden exemplaren van dit fraaie Noordamerikaanse roofdier in Duitsland, terwijl hij sinds de jaren zestig ook bij ons voorkomt.
Om de soort binnen de perken te houden is de jacht zonder beperking geoorloofd.

Reageren niet mogelijk