Bastiaanse Gedichten

Opdracht.

Gij, die als een stille nachtvlam
Voor mijn venster hebt gebrand,
Toen de diepe diepe nacht kwam
Over ‘t donker levensland;

Gij die als een hand waart, wenkend
Toen mijn voet naar de afgrond gleed,
Wie ik was altijd gedenkend
Met een glimlach door mijn leed;

Wie ik, eens zoo trotsch, beloofd heb
Dat mij ‘t Leven heffen zou
Schoon ‘t van alles mij beroofd hebb’—
Voor U, wondervolle vrouw,

Zijn mijn verzen, neergeschreven
Bitter soms, maar schoon en waar,
En gij vindt er weergegeven
Wat er menig menig jaar (more…)